In het kort:
De beoordelingscommissie concludeert dat een arts terecht overging tot levensbeëindiging bij een ernstig ziek kind, na een uitgebreide medische en ethische afweging.
- Het kind werd na 26 weken zwangerschap geboren en kreeg direct zware complicaties; pas na 4,5 maand toonde een MRI-scan zeer uitgebreide hersenschade.
- Door de hersenbeschadiging kreeg het kind dagelijks meerdere epileptische aanvallen, kon het niet praten en nauwelijks zien, en had het last van hoestbuien en een slikstoornis waardoor het continu benauwd was.
- Onafhankelijke artsen bevestigden dat er geen kans op verbetering was en de situatie onomkeerbaar was.
Achter de schermen:
De beslissing kwam voort uit een intensief traject waarbij ouders, behandelend arts en onafhankelijke deskundigen betrokken waren. Voorzitter Polly van Dijk noemt het "een enorm ingrijpende beslissing" voor zowel ouders als arts. Kinderarts Eduard Verhagen, die als adviseur betrokken was, legt uit dat alternatieven zoals het stoppen van vocht en voeding of palliatieve sedatie geen betere optie waren: die eerste kan het lijden juist verergeren door bijwerkingen, terwijl palliatieve sedatie bij kinderen ingewikkeld is en soms mislukt.
Wat volgt:
Het Openbaar Ministerie ontvangt het oordeel van de commissie en kan alsnog besluiten tot strafrechtelijk onderzoek. Verhagen roept de toetsingscommissie op snel duidelijkheid te geven aan ouders en artsen die zich in zulke kwetsbare situaties bevinden, omdat het risico op vervolging zwaar drukt op deze beslissingen.





