In het kort:
De nieuwe techniek, genaamd DEER, kan batterijen tot 95 procent van hun oorspronkelijke capaciteit herstellen en maakt recycling veel goedkoper.
- Het huidige recycleproces is kostbaar: oude batterijen worden onder extreme temperaturen gesmolten of vermalen tot poeder, waarna ze volledig opnieuw moeten worden opgebouwd.
- De DEER-methode (direct electrode-to-electrode regeneration) reduceert de kosten met 56 procent vergeleken met traditionele recycling.
- Elektroden uit oude batterijen worden in een speciale elektrochemische oplossing geweekt die het isolerende laagje oplost dat capaciteitsverlies veroorzaakt.
Hoe het werkt:
De methode is verrassend eenvoudig maar effectief. Onderzoekers halen de elektroden uit oude batterijen en plaatsen deze in een chemisch bad.
- Dit bad lost het isolerende laagje op dat zich tijdens gebruik heeft gevormd en normaal gesproken zorgt voor capaciteitsverlies.
- De schone onderdelen kunnen direct worden hergebruikt in nieuwe batterijcellen, waardoor 95 procent van de originele capaciteit wordt hersteld.
Wat volgt:
De onderzoekers richten zich momenteel op batterijen met 70 tot 80 procent restcapaciteit, de typische status van EV-batterijen aan het einde van hun levensduur. De volgende fase is grootschalig testen van het proces.

