In het kort:
De stijging van discriminatiemeldingen roept vragen op over de oorzaken en de werkelijke omvang van discriminatie in Nederland.
- Geslachtsdiscriminatie staat bovenaan de lijst, gevolgd door discriminatie op basis van ras en handicap of chronische ziekte
- Leeftijdsdiscriminatie toont een opvallende stijging, waarbij veel talent onbenut blijft volgens het College
- Van de 853 verzoeken om een oordeel werd in 63 procent daadwerkelijk discriminatie vastgesteld
Het grote plaatje:
Het College stelt steeds vaker discriminatie vast dan in voorgaande jaren. In 2021 werd nog maar een derde van de zaken gegrond verklaard, nu is dat bijna het dubbele. Concrete voorbeelden zijn een roc-medewerker wiens contract niet werd verlengd vanwege ziekte en een reiziger in een scootmobiel die werd geweigerd in een Amsterdamse tram.
Achter de schermen:
De precieze oorzaak van de stijging blijft onduidelijk. Het kan wijzen op meer discriminatie in de samenleving, maar ook op een groeiende bekendheid van het College. Hoewel oordelen niet juridisch bindend zijn, wegen ze zwaar mee bij rechtszaken en kunnen ze reputatieschade veroorzaken.



