In het kort:
Premier Jetten spreekt over "grote stappen" voor de BES-eilanden, maar het gaat vooral om een andere aanpak van bestaand beleid.
- Voor Aruba, Curaçao en Sint-Maarten verandert er weinig: zij blijven autonome landen die zelf verantwoordelijk zijn voor sociaal beleid
- Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn bijzondere gemeenten waar Nederland rechtstreeks verantwoordelijk is voor bestaanszekerheid
- Het coalitieakkoord reserveert dertig miljoen euro per jaar voor het sociaal minimum, maar dit geld stond al op de begroting
Het grote plaatje:
De commissie-Thodé toonde in 2023 aan dat het sociaal minimum op de BES-eilanden al jaren te laag ligt en inwoners niet kunnen rondkomen ondanks werk.
- Hoge kosten voor wonen, energie en vervoer staan op gespannen voet met lage inkomens en uitkeringen
- Het nieuwe akkoord koppelt het sociaal minimum expliciet aan de adviezen van de commissie en presenteert dit als concreet doel
- Lokale bestuurders waarschuwen dat dertig miljoen euro mogelijk onvoldoende is om de hardnekkige armoede aan te pakken
De onderste regel:
Het coalitieakkoord erkent eindelijk dat de BES-eilanden onder volwaardige Nederlandse normen van bestaanszekerheid moeten vallen, waarmee de lat hoger wordt gelegd voor het toekomstige kabinet.


