In het kort:
Chinese bedrijven zijn massaal afhankelijk van export omdat de binnenlandse markt stagneert door economische onzekerheid.
- Een derde van China's economische groei komt nu voort uit export, het hoogste aandeel sinds de jaren 90
- Chinese consumenten houden de hand op de knip door aanhoudende onzekerheid en verlies van spaargeld
- Arbeidsconflicten over onbetaald loon en massaontslagen nemen toe door extreme concurrentie
Het grote plaatje:
De Chinese overheid vreest een 'race naar de bodem' waarbij bedrijven elkaar kapot concurreren met steeds lagere prijzen.
Jens Eskelund van de Europese Kamer van Koophandel waarschuwt: "We zijn nu op een punt beland dat landen beginnen af te wegen hoeveel meer Chinese spullen ze nog kunnen hebben." Lokale ondernemers zoals led-displayfabrikant Cui in Hangzhou bevestigen de trend: "De binnenlandse concurrentie is moordend. In het buitenland is het makkelijker verkopen."
Wat volgt:
De strategie blijft kwetsbaar nu steeds meer landen beschermende maatregelen invoeren. Amerika verminderde al importen door de handelsoorlog, terwijl de EU, Turkije en India restricties opleggen aan Chinese elektrische voertuigen. Tientallen landen beperken Chinese e-commerce, maar vooralsnog draaien de fabrieken door.





