In het kort:
De cao-lonen stegen in het eerste kwartaal van 2026 met 4,5 procent ten opzichte van een jaar eerder, wat na correctie voor inflatie neerkomt op 2 procent reële groei.
- Bij bedrijven gingen de lonen met 4,9 procent omhoog, terwijl de overheid achterbleef met 3,4 procent.
- Uitschieters zijn wooncorporaties (+8,1 procent) en de bouw (+7,2 procent), vaak als inhaalslag na eerdere achterstanden.
- CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen: "Over de hele linie hebben werknemers niet zo veel te klagen."
Wat volgt:
De toekomst van de loongroei is onzeker door verschillende tegengestelde krachten in de economie.
- Vakbonden willen prijsstijgingen, vooral door de oorlog in het Midden-Oosten, compenseren in cao-onderhandelingen.
- Bedrijven hebben het moeilijker door hoge energieprijzen, wat druk zet op hun vermogen om loonstijgingen te financieren.
- Het kabinet-Jetten wil ambtenarensalarissen voor minimaal een jaar bevriezen, wat de kloof tussen publieke en private sector verder vergroot.
De onderste regel:
"Ik ben heel benieuwd wat er de komende tijd gaat gebeuren", aldus Van Mulligen. De spanning tussen loondruk en economische uitdagingen maakt de komende kwartalen cruciaal.




