In het kort:
De demissionaire minister schuift een wettelijke verplichting door naar het nieuwe kabinet, ondanks kritiek van Kamerleden en eigen ambtenaren.
- De spreidingswet vereist dat vóór 1 februari bekend wordt hoeveel asielzoekers gemeenten moeten opvangen
- Keijzer rechtvaardigt dit door te wijzen op mogelijke doorstroom van statushouders en strengere asielwetten
- Er is momenteel een tekort van 38.000 opvangplekken, maar onduidelijk is waar deze geregeld moeten worden
Achter de schermen:
Ambtenaren waarschuwden Keijzer expliciet voor het overtreden van de wet, maar zij koos bewust voor een andere aanpak.
"De afgelopen dagen hebben wij een aantal gesprekken met u gevoerd", schrijven topambtenaren in een beslisnota. Ondanks deze gesprekken besloot Keijzer de cijfers niet te publiceren. Kamerlid Ceder van de ChristenUnie vermoedt dat de minister "wil vertrekken zonder dat ze een bepaalde last heeft opgelegd", vooral met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur.
Wat volgt:
Het aankomende minderheidskabinet van D66-leider Jetten wil doorgaan met de spreidingswet en zal naar verwachting op 23 februari worden beëdigd. Betrokkenen bij het nieuwe kabinet vrezen dat Keijzer te lage cijfers zou delen als ze nu gedwongen wordt tot publicatie.




