In het kort:
De vergrijzing dwingt Nederland keuzes te maken over de AOW-leeftijd, terwijl alternatieven allemaal pijnlijk zijn.
- De AOW-leeftijd blijft tot 2027 op 67 jaar, daarna stijgt deze naar 67 jaar en 3 maanden in 2028.
- In 1957 waren er zeven potentieel werkenden per AOW-gerechtigde, nu nog maar drie.
- Mensen ontvangen tegenwoordig veel langer AOW dan in 1957, terwijl 67-jarigen fitter zijn dan toen.
Het grote plaatje:
De vergrijzing zorgt voor een financieel dilemma waar geen makkelijke oplossing voor bestaat.
- Vakbonden verzetten zich fel tegen verhoging, vooral vanwege mensen in zware beroepen en de onzekerheid die de plannen meebrengen.
- Veel bedrijven zitten niet te springen om oudere werknemers langer aan te houden.
- Zonder verhoging blijven er vier alternatieven over: flink hogere belastingen, lagere AOW-uitkeringen, bezuinigingen op zorg, defensie of infrastructuur, of meer immigratie om de beroepsbevolking op peil te houden.
De onderste regel:
Elke keuze brengt offers met zich mee in een tijd waarin alles al onder druk staat. De politiek staat voor een lastige afweging tussen financiële houdbaarheid en sociale rechtvaardigheid.





