In het kort:
Diplomaat Robert in den Bosch coördineert onderhandelingen tussen 128 landen over dodelijke autonome wapensystemen, terwijl de technologie zich razendsnel ontwikkelt.
- De systemen worden al ingezet in Oekraïne, Gaza, Iran en Libanon, met risico's op fouten bij het onderscheiden van burgers en militairen.
- Alle deelnemende landen, inclusief Rusland, China, India en de VS, zijn het erover eens dat volledig autonome systemen onwenselijk zijn.
- In november vindt een toetsingsconferentie plaats die bepaalt hoe het proces verder gaat.
Het grote plaatje:
De onderhandelingen verlopen traag, maar dat is volgens experts noodzakelijk voor een solide basis. De Oekraïense Saker Scout illustreert de complexiteit: een mens moet de drone aanzetten, maar daarna gaat hij zelfstandig op zoek naar 64 verschillende soorten objecten om uit te schakelen. Jessica Dorsey van Universiteit Utrecht benadrukt: "Heel veel is al geregeld in bestaand oorlogsrecht, maar het zou sterk zijn als er een verbod komt op echt gevaarlijke systemen die we niet voldoende begrijpen of kunnen voorspellen."
De onderste regel:
In den Bosch noemt het "een race tegen de klok" omdat de wapens er al zijn en het gebruik alleen maar toeneemt. De uitkomst kan variëren van nieuwe regels tot een volledig nieuw internationaal verdrag.




